Stefan Mladenovic: mijn ideaal is
een topclub in Spanje of Servië
Stefan
Mladenovic is krap zeventien en nu
heeft al een hele stoot Europese
ervaring opgedaan. Een gesprek met
een speler die tot nu toe nog geen
interview gaf: ‘’Mijn ideaal is een
topclub in Spanje of Servië. Nee,
niet de NBA.’’
Het
is zijn eerste interview en hij ziet
een beetje gespannen uit. En ook wat
verbaasd: ‘’Aan het begin van het
seizoen is afgesproken dat ik dit
jaar nog geen interviews zou geven.
Het was beter om eerst maar eens wat
ervaring op te doen als speler. Maar
goed, dit is voor de club zelf. Dus
vraag maar op.’’
Vertel eerst maar
eens wat over jezelf.
‘’Ik heet
Stefan, maar dat was al bekend. Ik
ben 17, geboren in Belgrado, de
hoofdstad van Servie en van het
Europese basketbal. Nou ja, dat
laatste samen met plaatsen als
Madrid of Barcelona. Maar in Servie
is het voetbal minder belangrijk dan
in Spanje. Je leert er eerst
dribbelen en dan pas lopen, zoiets.
Vandaar dat ik Belgrado zo noem.
Daarna zijn we verhuisd naar een
klein plaatsje dat Surdulica heet en
op mijn vijfde zijn we in Nederland
terechtgekomen.’’
Als je in Servie was
gebleven, dan woonde je nu in een
belangrijk basketballand. Was je
ontwikkeling dan anders geweest?
‘’Tja,
als dit, als dat. Geen idee
eigenlijk. Maar in Surdulica heb je
weinig voorzieningen en daar had ik
minder kans om me te ontwikkelen dan
hier. Ik ben trouwens begonnen met
voetbal en via het
pleintjesbasketbal overgestapt naar
basketbal. Daarna ging het snel. Op
mijn twaalfde speelde ik in de
selectie van Celeritas-Donar en
trainde ik al drie of vier keer per
week.’’
Dat is veel voor
jochie van twaalf.
‘’Welnee,
in Servie of Spanje train je veel
vaker. Tegenwoordig combineer ik
school en sport nog steeds. Dat kan
soms zwaar zijn, maar het is te
doen. Ik wil beter worden in
basketbal en daarvoor moet je
trainen, veel trainen. Maar school
is ook belangrijk. Ik heb HAVO en ik
volg nu in deeltijd VWO. Daarin doe
je in twee jaar examen in plaats van
in één jaar. Daarna wil ik misschien
naar de universiteit, iets met
natuur en gezondheid of een
combinatie daarvan.’’
En blijven
basketballen?
‘’Ja, wat
dacht je? Mijn ideaal is een grote
club in Spanje of in Servie. Dat is
het hoogst haalbare. Nee, geen NBA.
Dat is, zeker in de fase voor de
playoffs, te veel show. Voor echt
basketbal moet je ook keihard
verdedigen en daarvoor moet je in
Europa zijn.’’
Zoals bij de Capitals?
‘’Klopt,
verdedigen hoort erbij voor ons en
we trainen er veel op. Daardoor merk
je ook hoe goed de sfeer in het team
is, want onze manier van verdedigen
is riskant en het lukt alleen als je
volledig op elkaar kunt vertrouwen.
En het lukt, we kunnen de
tegenstander onder druk zetten.
Tegen Eiffel Towers merk je dat
bijvoorbeeld. Dat team heeft er
moeite mee.’’
Een goede sfeer, maar
ze bekijken jou natuurlijk als een
groentje...
‘’Daar
merk ik niets van. Ik ben gewoon een
lid van het team, niet meer en niet
minder. Het is ook geen uitdaging
meer om voor een volle zaal te
spelen. Honderd, duizend of
vierduizend mensen, het begint al
normaal te worden. Soms word ik op
straat herkend. Jij bent toch van de
Capitals, zeggen ze dan. Dat is
leuk, maar ik kan wel gewoon over
straat en dat moet ook zo blijven.’’
Heb je plannen voor
de toekomst?
‘’Ja, die
topclub in Spanje of Servie. Maar
dat zijn nu nog dromen, eerst wil ik
beter worden bij de Capitals en als
het mogelijk is zo veel mogelijk op
Europees niveau spelen.’’
Wat heb je dit jaar
geleerd in de ULEB Cup?
‘’Veel
denk ik. Maar ik zou er nog eens
over moeten nadenken wat precies.’’
Heb je zelf nog iets
toe te voegen?
‘’Ja, dat
mijn ouders mij goed ondersteunen.
Dat is nodig, ik heb genoeg talenten
zien afhaken. Jongens die even goed
waren als ik of misschien wel beter,
maar die ouders hadden die niet
waren geïnteresseerd. Mijn oudere
broer basketbalt ook bij de Capitals,
in het team onder de twintig, en hij
krijgt ook steun van mijn ouders. Ik
heb bewondering voor hem, hij heeft
al twee Europese Kampioenschappen
gespeeld met het Nederlandse
nationale jeugdteam.’’
Ja, daar zeg je wat.
Als je zou moeten kiezen, wat wordt
het dan: het Nederlandse of het
Servische nationale team?
‘’Kan
allebei, ja. Maar ik weet het niet,
eerst moet ik maar eens zo ver komen
dat ik moet kiezen.’’