EVERETT FOPMA: CULTHELD
Veel
hebben we er niet van gehad. Misschien zelfs maar
eentje. Een cultheld. Lastig om daarvan een definitie te
geven. Je bent het opeens. En het is weinigen gegeven.
Maar hij was er ččn. Zo’n grote zware teddybeer. In
Groningen voorzien van Duracell batterijen. Kon opeens
blijven springen. Blijven schieten met dat imposante
lichaam. En verrassend soepeltjes ook. Everett Fopma is
de naam. Het is het seizoen 77-78.
Nu google je het verleden van een speler zo bij elkaar.
Toen niet. Dus wisten wij veel. Speelde al twee jaar in
Nederland. Maar opgevallen? Neen, niet echt. En als je
hem al op het netvlies wist te toveren, kwam je niet
verder dan vooral log en zwaar. Onzichtbaar ook. Anoniem
meehobbelend in de troepen van Kinsbergen. Zelf zei hij
later over die periode: ‘Bij Kinzo telde ik niet mee. Ik
was reserve. Je hoorde erbij, maar tussen al die andere
spelers viel ik niet op.’ En dat kwam naar Groningen. We
wisten niet wat we ervan moesten denken. We zouden wel
zien. En we zouden zien! Met grote ogen!
Aardige collegecijfers
En toch hadden we beter kunnen weten. Als dat googlelen
maar had bestaan. Hadden we kunnen weten dat deze zo op
het oog ingedutte dikzak aardig kon ballen. Speelde twee
jaar op Idaho State University. Speelde 52 games.
Scoorde 1007 punten. Een lekker gemiddelde van 19.4 ppg.
Bij de draft van 1973 wilden de Golden State Warriors
het weleens met hem proberen. Draften hem in de 9e ronde
als nummer 146. Natuurlijk, hij redde het niet, maar
toch. Ging vervolgens naar Spanje. Naar Estudiantes in
Madrid. Bepaald geen misselijk clubje. Maar ja, dat
wisten wij allemaal niet in het pre-googletijdperk.
Pete Miller, Renso Zwiers en Robert Zeilstra waren
gebleven, evenals een handvol nederlandse spelers. De
nieuwelingen waren John Franken, Johyn Wayne Croft en
dus Everett Fopma. Dat alles onder leiding van Jim Parks.
Het seizoen daarvoor was wat anoniem verlopen onder
coach Bob Kloppenburg. Dus wilden we meer. En we kregen
meer. Het zou een prachtig seizoen worden. Met ččn van
de sterkste Donarteams ooit. Misschien wel een seizoen
waarin men kampioen had kunnen, ja zelfs moeten worden.
En dat vooral dankzij die goedmoedige vriendelijke
teddybeer.
De beer op toeren
Hij begon nog rustig. 14 punten tegen Arke Reizen. 10
punten tegen Buitoni en 16 tegen Falcon. Maar tegen
Radio Musette had hij er al 23 in liggen. Tegen Vastgoed
Strijen zelfs 28. Langzaam maar zeker drong het door;
Groningen had een prijsvis aan de haak geslagen. Iemand
die het team op zijn energieke schouders kon en wilde
dragen. En voorzover daar nog enige twijfel over was,
werd die eind november weggenomen op een koude
zaterdagavond in een volgepakte Evenementenhal!
Het was weer zo' n echte Groningen-Delftgame. Het NvhN
zou schrijven dat het ' zo spannend en sensationeel als
zaterdagavond nog nooit is toegegaan in de Groninger
Evenementenhal.' En Fopma? Een cultheld wordt geboren!
‘Sportieve thriller’ ‘Toeschouwers op staande op stoelen
en banken’ ‘Zinderende apotheose.’ Maar ook ‘bittere pil
en ontgoocheling.’ Zomaar wat slagwoorden uit het
verslag van het NvhN. Bittere pil en ontgoocheling,
jazeker. Het werd 94-95. Maar Everett Fopma was niet te
houden! Het was de tijd dat de scoreborden niet heel
uitgebreid waren. Te lezen was alleen de kale stand. Dus
voorzagen velen, in ieder geval ččn, de namen van
spelers in de Donarama van een streepje voor ieder
gescoord punt. En op dit relikwie staan achter de naam
van Fopma maar liefst 40 van die pennestreekjes. Een
schotpercentage van ruim 72%. De Duracell werkte op
volle toeren!
En al ras prijkte een mooie actiefoto op het voorblad
van de Donarama. De nieuwe held. Energiek. Gebeeldhouwd
als ččn van de Griekse Goden. Nietsontziend gooit hij
zijn imposante lichaam in de strijd onder de basket.

Een dijk van een seizoen
Fopma scoort dat seizoen ruim 19 punten per game. Is
daarmee de topscoorder van Donar. Het is het seizoen
waarin alle topclubs aan de zegekar worden gebonden.
Waarin Donar thuis alle topgames wint. IJzersterke
homegames tegen Leiden en Den Bosch. Games waarin het
publiek op de banken staat. Waarin de Bosschenaren
Kirkland en Crews eendrachtig verklaren dat zij de
meeste vrees voor Donar hebben. Waarin Zwiers vlak voor
de play offs vol bravour zegt dat Donar kampioen wordt!
En toch gaat het mis. Mis tegen ploegen van minder
formaat. En mis in de eerste play off games van de
historie van het nederlandse basketbal. Twee maal tegen
Leiden, twee maal verlies. En waarom? Het wegvallen van
Renso Zwiers? Het voordurend gemekker over de arbitrage?
Kees Akerboom analyseerde toen ook al. ‘Er wordt bij
Donar ontzettend veel geouwehoerd in het veld, ze
blijven maar kletsen en schelden en daar hebben ze
zichzelf mee’.
Nog nooit beleefd
Hoe dan ook, het was een seizoen om nooit te vergeten.
Met prachtige sterke homegames tegen Den Bosch en
Leiden. Een knotsgek publiek. Met in het middelpunt die
Beer. Die ijzersterke Beer. Hij vond het prachtig bij
Donar. ' Ik voel me fantastisch als 3000 mensen me
toejuichen. Dat heb ik nog nooit eerder beleefd' .
Hij zou nog een jaar bij Donar spelen. Keerde vervolgens
terug in de armen van Kinsbergen.
Kon naderhand nog smakelijk vertellen dat hij bij de
contractsonderhandelingen Theo een poot had
uitgetrokken. Maar ach, hamertjes genoeg verkocht. Maar
zoals zijn ster flonkerde in dat prachtige Donarseizoen,
flonkerde het nadien niet meer. Het was alsof hij
teruggleed in de anonimiteit van voor zijn komst naar
Donar.
De verbeelding wint
Maar Culthelden kunnen hun status in korte tijd
vestigen. En het vreemde met echte culthelden is dat hun
status groter en groter wordt naarmate de tijd
verstrijkt. Totdat de verbeelding het definitief wint
van de werkelijkheid. Maar daar is niets mis mee.
Daarvoor zijn het culthelden!