Interview met Pep Clarós: bron www.hanzevastcapitals.nl 23 april 2008

 

Pep Clarós: ‘Wij zijn het ergste op de proef gesteld’

Hij kwam in augustus naar Groningen met drie doelen voor ogen: de titel, de beker en de volgende ronde van de ULEB Cup. Na acht maanden zijn twee van de drie ‘prijzen’ uit het zicht. Niet in de laatste plaats omdat hij met veel blessures te kampen had. Clarós wil die blessures niet als excuus aandragen en put er juist kracht uit. “Wij hebben al vele tegenslagen overwonnen en zijn het beste ‘team’ van de competitie.”

Want ondanks het feit dat Capitals in de competitie niet het thuisvoordeel wist af te dwingen in de kwartfinales en de resultaten in de reguliere competitie bovendien erg wisselvallig  waren, heeft de Catalaanse coach alle vertrouwen in de afloop van het seizoen. “Nu het team helemaal compleet is, zijn we onverslaanbaar. We hebben al laten zien dat we van elke ploeg kunnen winnen en ook dat zal uiteindelijk in ons voordeel gaan werken.”

Slopend
Clarós kent de Nederlandse competitie door en door. Hij kent de spelers van alle opponenten en hun specifieke eigenschappen door eindeloos DVD’s te kijken. Tot een gebalanceerde indeling en opbouw van het seizoen te komen, is hem niet gelukt. “Het was hollen of stilstaan. Door het overvolle competitieprogramma hebben we pas in februari weken gehad waarin we specifiek konden trainen of uitvoerig tegenstanders hebben kunnen voorbespreken. Er is zelfs een week geweest met vier wedstrijden. Dan verbaast het me ook niets dat Nederlandse clubs nooit meer presteren in de ULEB Cup. In alle landen om ons heen spelen ze één competitiewedstrijd in de week en hebben ploegen tijd om rust te nemen. Zo is het mogelijk dat clubs uit België en Roemenië ons hebben verslagen. Wij zijn toch echt niet de mindere van hen gebleken.”

Talent
Van de Nederlandse competitie in het algemeen is Clarós niet echt onder de indruk geraakt. “Nederland heeft geen eigen basketbalidentiteit. De competitie is een soort mini-NBA. Bij elk team spelen veel Amerikanen die de dienst uitmaken. En dat zie je ook in de spelstijl van vele ploegen terug. En bij veel ploegen zie je Nederlandse spelers op de bank zitten omdat de Amerikanen veel speeltijd moeten krijgen. Het is eigenlijk zonde. Overigens is dit niet typisch Nederlands, want in België hebben ze eigenlijk hetzelfde probleem. Dat de bond nu verplicht opleidingsteams heeft ingesteld en het aantal Amerikanen wil terugbrengen, is een begin. Maar het zal nog jaren duren voordat dit effect zal hebben. Het is aan de clubs zelf om het proces te versnellen en daarmee aan te haken bij de grote Europese basketballanden.”

Tegenslagen
Zoals eerder aangehaald had de ploeg van Clarós met nogal wat tegenslagen te maken. Zo waren onder anderen Emi Morales, Kit Rhymer en Niels Meijer lange tijd geblesseerd. “We hebben geleerd van al deze tegenvallers. Dat we ook wedstrijden kunnen winnen met minder beschikbare spelers. We hebben ook te maken gehad met scheidsrechters die ons op een bijzondere manier benaderden. Toen ze voor de derde keer in de kleedkamer kwamen om mij de regels uit te leggen die ik allemaal al kende, heb ik er wat van gezegd. Over de ‘refs’ is veel gezegd en geschreven en dat zij arbitrale fouten maken, kan gebeuren. Daar heb ik weinig moeite mee. Maar als zij ‘menselijke’ fouten maken en mij op een andere manier benaderen dan gebruikelijk dan zeg ik daar iets van. Ook van dit soort situaties hebben we geleerd en nu in de play-offs zal de media-aandacht zo groot zijn dat dit soort gedrag niet meer onopgemerkt kan en zal blijven. In Mexico heb ik ooit een speler ‘defence’ laten spelen op een arbiter, maar zover zal het hier gelukkig niet hoeven te komen.”

Toekomst
Clarós ving eind januari op dat er geruchten gaande waren dat hij het in Groningen voor gezien zou houden, maar zegt dat daarvan geen sprake is. Hij concentreert zich volledig op dat ene doel: de titel. “Aan het einde van het seizoen zal ik pas een beslissing nemen over mijn toekomst. Dat heb ik gezegd toen ik werd aangesteld en dat is nog niet veranderd. Door de aanhoudende geruchten dat ik niet verder zou willen of spelers ontevreden over mij zouden zijn, heb ik een verklaring afgegeven. Om duidelijk te maken dat er nog maar één doel is, en dat is het kampioenschap. Wat de buitenwereld allemaal van ons vindt, kan me niet zoveel schelen. We zijn bezig ons doel te bereiken.”

Clarós gebruikt veel beeldspraken in zijn zinnen. “We hebben lang met één been en één hand moeten spelen en ik kijk er echt naar uit het sportieve gevecht aan te gaan met twee benen en twee handen. Dat verdienen de fans ook. Zij maken onderdeel uit van een geweldige club. Voor heel veel mensen in Groningen is het een manier van leven. Het publiek is bovendien kundig. Ze hebben er echt verstand van en kunnen van het spelletje genieten. Ik heb beelden gezien van het kampioenschap van 2004 en wat dat heeft losgemaakt. De spelers uit dat team worden nog altijd als helden gezien.”

In de laatste thuiswedstrijd van het seizoen, tegen Rotterdam, sprong Clarós bovenop een tafel om het publiek nog eens extra achter de ploeg te krijgen. “We hebben het publiek heel hard nodig om ons een duw in de goede richting te geven. Daarom sprong ik op tafel. En daarna draaiden de spelers de wedstrijd om en hebben we zes minuten laten zien waartoe we echt in staat zijn. Als we zorgen dat we in eigen hal totaal onverslaanbaar zijn, hoeven we telkens maar één uitduel te winnen. In de competitie kon iedereen van iedereen winnen en ik verwacht niet dat het in de play-offs anders zal zijn. We hebben alles in ieder geval in eigen hand.”

Vechtmachine
Met zijn ‘full court press’ bracht Clarós een voor Nederland redelijk ongebruikelijke stijl op de vloer in Groningen. “We zijn daardoor een vechtmachine en zijn het beste ‘team’ in de competitie. Het mooie is dat de supporters bijna onderdeel uitmaken van het team. In de kleedkamers wordt die kracht van ons vaak aangehaald. Het is een grote succesfactor. Er zijn teams met een hoger budget maar dat telt uiteindelijk niet. Andere ‘fighting teams’ zoals Leiden en Zwolle hebben van ons gewonnen toen wij verzwakt waren. Amsterdam heeft een gerespecteerd team op de planken staan, Den Bosch heeft ook veel talent, Nijmegen heeft veel scorend vermogen. Maar ze zijn het echte ‘Donar’ nog niet tegengekomen. Wij zijn van alle teams al het ergste op de proef gesteld en zijn daardoor het sterkste van allemaal!”

(foto's: Arnold Meijer)