Pep Clarós: ‘Wij zijn het ergste op de proef gesteld’
Hij kwam in augustus naar Groningen met drie doelen voor ogen: de titel, de beker en de volgende ronde van de ULEB Cup. Na acht maanden zijn twee van de drie ‘prijzen’ uit het zicht. Niet in de laatste plaats omdat hij met veel blessures te kampen had. Clarós wil die blessures niet als excuus aandragen en put er juist kracht uit. “Wij hebben al vele tegenslagen overwonnen en zijn het beste ‘team’ van de competitie.”
Want
ondanks het feit
dat Capitals in
de competitie
niet het
thuisvoordeel
wist af te
dwingen in de
kwartfinales en
de resultaten in
de reguliere
competitie
bovendien erg
wisselvallig
waren, heeft de
Catalaanse coach
alle vertrouwen
in de afloop van
het seizoen. “Nu
het team
helemaal
compleet is,
zijn we
onverslaanbaar.
We hebben al
laten zien dat
we van elke
ploeg kunnen
winnen en ook
dat zal
uiteindelijk in
ons voordeel
gaan werken.”
Slopend
Clarós kent de
Nederlandse
competitie door
en door. Hij
kent de spelers
van alle
opponenten en
hun specifieke
eigenschappen
door eindeloos
DVD’s te kijken.
Tot een
gebalanceerde
indeling en
opbouw van het
seizoen te
komen, is hem
niet gelukt.
“Het was hollen
of stilstaan.
Door het
overvolle
competitieprogramma
hebben we pas in
februari weken
gehad waarin we
specifiek konden
trainen of
uitvoerig
tegenstanders
hebben kunnen
voorbespreken.
Er is zelfs een
week geweest met
vier
wedstrijden. Dan
verbaast het me
ook niets dat
Nederlandse
clubs nooit meer
presteren in de
ULEB Cup. In
alle landen om
ons heen spelen
ze één
competitiewedstrijd
in de week en
hebben ploegen
tijd om rust te
nemen. Zo is het
mogelijk dat
clubs uit België
en Roemenië ons
hebben
verslagen. Wij
zijn toch echt
niet de mindere
van hen
gebleken.”
Talent
Van de
Nederlandse
competitie in
het algemeen is
Clarós niet echt
onder de indruk
geraakt.
“Nederland heeft
geen eigen
basketbalidentiteit.
De competitie is
een soort
mini-NBA. Bij
elk team spelen
veel Amerikanen
die de dienst
uitmaken. En dat
zie je ook in de
spelstijl van
vele ploegen
terug. En bij
veel ploegen zie
je Nederlandse
spelers op de
bank zitten
omdat de
Amerikanen veel
speeltijd moeten
krijgen. Het is
eigenlijk zonde.
Overigens is dit
niet typisch
Nederlands, want
in België hebben
ze eigenlijk
hetzelfde
probleem. Dat de
bond nu
verplicht
opleidingsteams
heeft ingesteld
en het aantal
Amerikanen wil
terugbrengen, is
een begin. Maar
het zal nog
jaren duren
voordat dit
effect zal
hebben. Het is
aan de clubs
zelf om het
proces te
versnellen en
daarmee aan te
haken bij de
grote Europese
basketballanden.”
Tegenslagen
Zoals
eerder
aangehaald had
de ploeg van
Clarós met nogal
wat tegenslagen
te maken. Zo
waren onder
anderen Emi
Morales, Kit
Rhymer en
Toekomst
Clarós
ving eind
januari op dat
er geruchten
gaande waren dat
hij het in
Groningen voor
gezien zou
houden, maar
zegt dat daarvan
geen sprake is.
Hij concentreert
zich volledig op
dat ene doel: de
titel. “Aan het
einde van het
seizoen zal ik
pas een
beslissing nemen
over mijn
toekomst. Dat
heb ik gezegd
toen ik werd
aangesteld en
dat is nog niet
veranderd. Door
de aanhoudende
geruchten dat ik
niet verder zou
willen of
spelers
ontevreden over
mij zouden zijn,
heb ik een
verklaring
afgegeven. Om
duidelijk te
maken dat er nog
maar één doel
is, en dat is
het
kampioenschap.
Wat de
buitenwereld
allemaal van ons
vindt, kan me
niet zoveel
schelen. We zijn
bezig ons doel
te bereiken.”
Clarós gebruikt veel beeldspraken in zijn zinnen. “We hebben lang met één been en één hand moeten spelen en ik kijk er echt naar uit het sportieve gevecht aan te gaan met twee benen en twee handen. Dat verdienen de fans ook. Zij maken onderdeel uit van een geweldige club. Voor heel veel mensen in Groningen is het een manier van leven. Het publiek is bovendien kundig. Ze hebben er echt verstand van en kunnen van het spelletje genieten. Ik heb beelden gezien van het kampioenschap van 2004 en wat dat heeft losgemaakt. De spelers uit dat team worden nog altijd als helden gezien.”
In de laatste thuiswedstrijd van het seizoen, tegen Rotterdam, sprong Clarós bovenop een tafel om het publiek nog eens extra achter de ploeg te krijgen. “We hebben het publiek heel hard nodig om ons een duw in de goede richting te geven. Daarom sprong ik op tafel. En daarna draaiden de spelers de wedstrijd om en hebben we zes minuten laten zien waartoe we echt in staat zijn. Als we zorgen dat we in eigen hal totaal onverslaanbaar zijn, hoeven we telkens maar één uitduel te winnen. In de competitie kon iedereen van iedereen winnen en ik verwacht niet dat het in de play-offs anders zal zijn. We hebben alles in ieder geval in eigen hand.”
Vechtmachine
Met zijn ‘full
court press’
bracht Clarós
een voor
Nederland
redelijk
ongebruikelijke
stijl op de
vloer in
Groningen. “We
zijn daardoor
een vechtmachine
en zijn het
beste ‘team’ in
de competitie.
Het mooie is dat
de supporters
bijna onderdeel
uitmaken van het
team. In de
kleedkamers
wordt die kracht
van ons vaak
aangehaald. Het
is een grote
succesfactor. Er
zijn teams met
een hoger budget
maar dat telt
uiteindelijk
niet. Andere
‘fighting teams’
zoals Leiden en
Zwolle hebben
van ons gewonnen
toen wij
verzwakt waren.
Amsterdam heeft
een
gerespecteerd
team op de
planken staan,
Den Bosch heeft
ook veel talent,
Nijmegen heeft
veel scorend
vermogen. Maar
ze zijn het
echte ‘Donar’
nog niet
tegengekomen.
Wij zijn van
alle teams al
het ergste op de
proef gesteld en
zijn daardoor
het sterkste van
allemaal!”
(foto's: Arnold
Meijer)
